Een paar weken geleden zag ik een heel indrukwekkende film, gebaseerd op een bestaande situatie in Parijs, die ging over twee mannen die zich voor 200% inzetten voor enerzijds een groep zwaar autistische kinderen waar nergens plaats voor was en anderzijds een groep kansloze jongeren, voor wie niemand oog had. Zij probeerden deze twee groepen aan elkaar te koppelen en elkaar te leren vertrouwen zodat ze maatjes zouden kunnen zijn en ze ook wederzijds het gevoel te geven dat er echt wel iemand op de wereld was die om ze gaf.
U begrijpt, dat ging niet zonder slag of stoot, maar de 2 mannen die dit project leidden gingen er onvermoeibaar voor. Jaar na jaar, ondanks alle tegenwerking die ze natuurlijk ook ondervonden. Maar ze hadden vertrouwen in zichzelf en in de kinderen die aan hun zorgen waren toevertrouwd. Vertrouwen in een goede afloop, voor zover dit mogelijk was.
Toen de film afgelopen was, moest ik even bijkomen. Wat een verhaal, en wat een geweldige kerels die dit werk deden. Ze deden me echt gelijk aan Jezus denken, zo goed, zo onbaatzuchtig, zo vol vertrouwen en er zo altijd voor de ander zijn. Toen ik deze overweging ging voorbereiden, dacht ik direct terug aan deze film.

Hoe kunnen wij Jezus kennen? Wij leven in een tijd waarin we sterk de neiging hebben om zelf, vanuit onze eigen waarneming en door ons eigen onderzoek, onze mening te vormen en onze conclusies te trekken. In een onderzoek van een aantal jaren geleden over “God in Nederland”, werd onderzocht hoe het gesteld is met het vertrouwen van mensen. Wat bleek, het vertrouwen in de politiek is heel laag, het vertrouwen in de Kerk is iets minder laag, maar ook laag. Het vertrouwen in de wetenschap scoort veel hoger. Wij willen zien, pakken, meten, weten. “vertrouwen is goed, maar onze beveiligingscamera’s zijn beter”. We zijn nuchtere mensen: “Beter een vogel in de hand dan tien in de lucht”.
Toch is er een keerzijde aan. Als ons vertrouwen op den duur alleen nog op de koude en nuchtere wetenschap is gebaseerd, ondermijnt dat ons levensgevoel. Want zo begint ons leven niet.
Man en vrouw vertrouwen zich aan elkaar toe als zij besluiten hun leven samen te delen. Een kind dat wordt geboren is hulpeloos en totaal afhankelijk van de ouders. Dat begint al tijdens de zwangerschap. De moeder past op dat ze geen dingen doet of eet, of zich zo gedraagt, dat het nieuwe leven schade kan lijden. Het leven is ons toevertrouwd en dat vraagt vertrouwen.

Een kind dat iets aan zijn ouders vraagt, doet dat in vertrouwen. O, wee, als er in familierelaties berekening sluipt. De maatschappij zit er vol mee, berekening: als het elders twee Euro goedkoper kan, berekening: want ik deed wat voor hem, dus moet hij wat voor mij doen. Berekening is dodelijk voor vertrouwen.
Met name in ons geloof komt vertrouwen op de voorgrond. Het is dus niet vreemd dat als in de maatschappij de berekening groeit en het vertrouwen afneemt, ook het geloof daaronder lijdt.
Vandaag lezen we over Johannes de Doper. Het is maar een kort Evangelie, maar er staat veel in. In de eerste plaats valt het op dat Johannes zegt: “Ook ik kende Hem niet ...”. Is dat niet vreemd? In het Evangelie van Lucas lezen we dat Johannes in de schoot van zijn moeder opspringt als Maria bij Elisabeth komt. Ze zijn familie van elkaar en ze zullen elkaar zeker hebben ontmoet. Toch zegt Johannes de Doper: “Ook ik kende Hem niet ...”.

Wat betekent dat? Er is een verschil tussen kennen en kennen. Hij kende zijn neef, maar hij herkende niet de Messias. Johannes kende Jezus vanuit zijn familie, maar hij herkende niet “De Zoon van God”. Johannes kent, maar herkent niet, weet en weet niet. Menselijkerwijze kende hij Jezus alleen van de buitenkant.
Johannes staat daar niet alleen in. Jezus heeft hier volop mee te maken gehad. Zijn verwanten kenden Hem niet. Ook Maria heeft niet vanaf het begin geweten en beseft aan wie zij het leven had gegeven. Als God mens wordt, is Hij echt mens, menselijk, zoals wij. De dorpelingen in Jezus dorp riepen indertijd: “We kennen toch zijn ouders, we kennen zijn hele familie” en ze vonden Hem maar vreemd. Ook daar was geen vertrouwen. Ook zij wilden meten en weten. Doe een wonder, doe een teken, dan kunnen we iets zien. Hij wilde goed zijn voor de mensen, maar werd niet geaccepteerd uit wantrouwen.

Hoe komt dat? Het begint in het begin. Het Bijbelverhaal over Adam en Eva, gaat niet zozeer over een tuin en bomen, over het eten van een vrucht, het is symbooltaal die ons wil laten nadenken. Het leven, deze wereld is een gave van God aan ons, maar wie niet in vertrouwen op God en naar Gods bedoeling met deze schepping omgaat, zinkt weg in berekening, in verzekering, die eigent zich dingen toe uit angst het misschien niet te krijgen, die is geneigd gevoelig te worden voor onwaarheden die deze angst versterkt, en neemt daarbij soms de ander mee in zijn onzekerheden.
Johannes de Doper heeft God nodig, heeft Gods openbaring nodig, Gods woord. Hij heeft de stilte nodig, het gebed. Hij moet open staan voor de Geest, open voor het onverwachte, dat wat wij mensen niet kunnen verzinnen of bedenken. “Ook ik kende Hem niet” zei hij “… maar opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden, daarom kwam ik met water dopen.” “Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen en Hij bleef op Hem rusten”.

Johannes zei: “Zie, het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt”. Johannes staat daar als boeteprediker. Jezus voegt zich ongehinderd en onopvallend in zijn gezelschap, in die lange stroom pelgrims, boetelingen. Ook Hij gaat in het water, ogenschijnlijk precies als de rest. Het wordt een openbaring aan Johannes de Doper waardoor hij het verschil ziet.

Ik begon over vertrouwen. Zonder vertrouwen blijft zo'n woord van Johannes vruchteloos. Hij kan wel zeggen dat Jezus het Lam van God en de Zoon van God is, hij kan wel zeggen dat Jezus doopt met de heilige Geest, maar zonder onze houding van geloof en vertrouwen, blijft zijn woord vruchteloos.
We volgen Jezus op zijn levensweg, hier in de vieringen met de lezingen. Als we Hem hier vertrouwen, zullen we Hem ook navolgen in het leven van alle dag. Dan zal in ons leven zichtbaar worden dat Hij inderdaad te vertrouwen is, daardoor worden we nieuwe mensen en wordt ook ons leven nieuw. We zien, als we dat willen, onderweg inspiratiebronnen genoeg, dat merk je als je zo’n film ziet. Maar ook bij de televisiebeelden van mensen die in oorlogs- en rampgebieden onbaatzuchtig aan het werk zijn om al die ontheemde mensen weer een sprankje hoop te bieden. En zo zijn er, elke dag weer, voorbeelden te over waarin we Jezus herkennen en zo ons vertrouwen kunnen blijven opbouwen. Maar we moeten het wel willen zien.
Laten we God vragen onze ogen hiervoor open te houden en ons te helpen er ook daadwerkelijk in ons dagelijks leven iets mee te doen.
Amen.

Lya Steenvoorden